

"Ik was 15 jaar en zat midden in mijn tienerjaren. Ik weet nog dat het een vrijdagmiddag was en dat we zaten te eten toen mijn moeder zei: "Ik moet je iets vertellen..."
Dit werd een beetje een historisch gesprek voor ons. Ik was erg ontdaan en geschokt. Het voelde alsof ik mijn hele leven lang in een leugen had geleefd. Het betekende erg veel voor me toen ik het nieuws voor het eerst hoorde. Maar nu maakt het me niet meer uit. Op dit moment voelt het meer alsof we de familie hebben uitgebreid. Mijn vader is nog steeds mijn vader. Mijn ouders wilden ons altijd over onze afkomst vertellen, maar ze vonden het belangrijk dat ik en mijn broer, die drie jaar jonger is dan ik, allebei oud genoeg waren om zo'n boodschap te kunnen begrijpen."
"Ik ging eerst eens flink zoeken op Google om een beter beeld te krijgen van wat een donor is. Mijn ouders hebben het me wel uitgelegd, maar toch moest ik er zelf ook over lezen. Ik kwam ook een Facebookpagina tegen waarop je kon zoeken naar andere donorkinderen met hetzelfde donornummer.
Ik wist wel dat mijn donor anoniem was, maar het leek me leuk om te onderzoeken of ik nog ergens andere donorbroers en -zussen had."
Ik wilde weten hoeveel ik op andere mensen lijk met wie ik genen deel.
"Ik droomde ervan om zowel mijn donor als mijn donorbroers en -zussen te vinden, en ik had geen bedenkingen. Ik wist ook niet hoeveel broers en zussen ik zou kunnen hebben. Hoe meer, hoe beter. Dat lijkt me geweldig. Ik dacht: "We nemen het zoals het komt. Ik wilde graag weten hoeveel we op hem leken en het liefst de man achter alles ontmoeten. En hem vragen waarom hij besloot om zijn sperma te doneren. Was het om financiële redenen of om mensen zonder kinderen te helpen? Ik heb er hoe dan ook geen probleem mee, maar het zou wel leuk zijn om erachter te komen.
Ik wilde ook weten hoeveel ik op andere mensen lijk met wie ik genen deel. Anderhalve maand nadat mijn ouders het hadden verteld tegen mij en mijn broer, plaatste ik een oproep op de Facebookgroep voor andere donorkinderen met hetzelfde donornummer. Het kostte slechts 24 uur. Toen hoorde ik opeens van een vrouw die moeder was van een jongen en een meisje van dezelfde donor. Ik dacht dat ik enkele maanden, misschien wel jaren, zou moeten wachten voordat iemand hier op zou reageren."
"Blijkbaar woorden ze slecht 12 kilometer verderop. Mijn ouders, broer en ik besloten om er naartoe te rijden." Eigenlijk wilden we gewoon even hallo zeggen, maar uiteindelijk bleven we er een hele tijd. Het was echt gezellig. "Wauw! Jullie lijken zoveel op elkaar", werd er vaak gezegd tijdens ons bezoek. Ik kwam te weten dat mijn halfzus en ik hetzelfde bed hadden. Dat vonden we erg grappig. En deze familie had contact met twee broers in Stockholm die ook dezelfde donor hadden. Dus had ik ineens vier halfbroers en -zussen. In zo'n proces ontdek je hoe belangrijk je sociaal verleden is. We lijken fysiek op elkaar, maar in ons gedrag en karakter veel minder."
Je ontdekt hoe belangrijk je sociaal verleden is. We lijken fysiek op elkaar, maar in ons gedrag en karakter veel minder.

"Een paar jaar nadat ik de eerste vier had ontmoet, was ik op reis in het buitenland en kreeg ik een bericht van een vrouw die moeder is van een jongen en een meisje en dezelfde donor heeft gebruikt. We hebben ze in de zomer van 2019 ontmoet, samen met de andere vier broers en zussen. En zo werden zes er acht: Tijdens de COVID-19-pandemie hebben een zus en een broer geschreven dat ze donorkinderen waren van dezelfde donor. We hebben ze ontmoet in Aarhus en hebben een wandeling gemaakt. Wanneer ik aan al mijn halfbroers en -zussen denk, is er iets dat hetzelfde is bij ons allemaal: We hebben allemaal dezelfde typische ogen en uitgesproken wenkbrauwen."
"Ik heb niet met al mijn donorhalfbroers en -zussen een hechte band, en dat vind ik prima. Ik hoef niet met iedereen close te zijn, en zij ook niet per se met mij. We ontmoeten elkaar niet voor verjaardagen, Kerstmis, enz., maar we liken elkaars berichten en gebruiken sociale media om gelukwensen te sturen bij speciale gelegenheden. De laatste twee heb ik pas tijdens de COVID-19-pandemie ontdekt, dus we hebben ook nog niet zoveel met elkaar te maken gehad. Ik heb geprobeerd om ons allemaal samen te krijgen afgelopen zomer, maar het was niet gelukt."
Het was vooral om mijn eigen nieuwsgierigheid te bevredigen. En om te weten te komen hoe alles met elkaar samenhangt. Ik heb nu niet meer dezelfde drang om meer broers en zussen te zoeken, dus ben ik ermee gestopt. Ik was eigenlijk al gestopt nadat ik met de eerste vier in contact was gekomen.
Ik zou graag iedereen ontmoeten als ze contact met me opnemen, maar er zijn geen eisen of verwachtingen aan mijn kant. Als ik kan helpen om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, dan doe ik dat graag. Dat was ook mijn drijfveer. En zo kan ik ook iets teruggeven."
"Niets. Het gaat om wat mensen voor zichzelf willen. Ik geloof niet dat mijn acht donorhalfbroers en -zussen actief op zoek zijn naar meer. Een aantal van mijn broers en zussen hebben lesbische moeders, dus hebben ze altijd al geweten dat ze op de wereld zijn gekomen met een spermadonor. Het kwam als een grote schok voor mijn broer en ik, ook omdat we erg op onze vader lijken.
Het is belangrijk om te vermelden dat je het niet groter moet maken dan het is. Het is niet alleen de genetica die ons maakt tot wie we zijn. Het zijn ook de mensen waarmee we omgaan en ons sociaal verleden.
Het belangrijkste is dat mijn vader mijn vader is, en altijd zal blijven. Maar ik ben blij dat ik naar mijn donorhalfbroers en -zussen heb gezocht. Als ik nog had gewacht, denk ik dat ik nog steeds met onbeantwoorde vragen en vluchtige gedachten zou zitten."
"Hoeveel ik op mijn vader lijk. Zowel onze fysieke kenmerken als onze persoonlijkheid. Ik wilde hier bevestiging van. Dat er genoeg van hem in mij zat, los van mijn achtergrond."